Jachthondentraining

Wat heb je nodig bij jachthondentraining?
In de eerste plaats een goede jachthond. Maar wat is een goede jachthond? Een hond die genetisch de juiste aanleg heeft. Zoals een waakhond waaks moet zijn, moet een jachthond jachtpassie hebben. Daarnaast heeft men trainingsmateriaal nodig. In de eerste plaats een dummy en een fluit. Kies voor een fluit die men zelf ook kan horen. Sommige vinden het interessant een onhoorbaar hoogtonig hondenfluitje te kopen. Echter als deze stuk is hoort men dat zelf niet. Kiest men voor een fluit die men zelf ook hoort en de hond luistert niet kan men ingrijpen. Volgt een hond het signaal van een onhoorbaar fluitje niet op en het fluitje is stuk kan men de hond straffen voor een signaal wat er niet was. Ook moet men realiseren dat er veel tijd in gaat zitten. Men zal afstanden moeten rijden, verschillende soorten terreinen zoeken. Kortom, er komt meer bij kijken dan zo maar even, maar is men eenmaal met het jachthondentrainingsvirus besmet komt men er niet meer vanaf.

De training
Wil men naar een trainingsgroep gaan, zoek dan een groep waarbij de trainer zelf ervaring heeft met het type hond waarmee men wil gaan trainen. Gaat men naar een trainer die enkel ervaring heeft met bijvoorbeeld “staande honden” zal deze trainingswijze voor een retriever meestal niet opgaan. Men moet regelmatig thuis de oefenstof op verschillende terreinen trainen. Maak aantekeningen van de vorderingen, en de tegenslagen. Wanneer iets fout gaat ligt meestal de fout bij de baas, reageer je niet af op de hond. Merkt men dat de hond een oefening snapt breng dan variatie aan. Bijvoorbeeld: als de hond snapt dat wanneer men een dummy wegwerpt de hond deze moet ophalen en bij ons brengen, kan men de dummy eens in hoog gras of heide of een aardappelveld werpen. Op die manier maakt men de basistraining breder. En hoe breder de basis is hoe groter de kans op succes wanneer men naar een proef, test of wedstrijd gaat. Een goede “voorjager” (trainer van de jachthond) staat open voor kritiek, is kritisch op zichzelf en bezoekt wedstrijden alvorens in te schrijven om eens kennis te maken met die wereld.

De wedstrijden
Er zijn verschillende soorten wedstrijden. De meeste zijn kunstmatig nagebootste praktijksituaties, de zgn. workingtesten of MAP’s (meervoudige apporteer proeven) Bij de MAP’s wordt met dood wild gewerkt en bij de workingtesten met dummy’s. Deze testen worden door het gehele land gehouden. Daarnaast zijn er de KNJV proeven en diploma- of certificaatdagen. Dit zijn standaardproeven welke eveneens door het gehele land worden gehouden en overal hetzelfde zijn. Ook hier weer, de KNJV proeven worden met dood wild afgelegd en de andere met dummy’s.

In beide soorten wedstrijden zijn verschillende klasses.

Tot slot zijn er de veldwedstrijden. Dit is een echte jachtdag waar de deelnemende honden worden beoordeeld in de praktijkjacht. Echter dit is voor slechts een kleine groep weggelegd.